C# geavanceerd programmeren
De basistechnieken die je reeds bestudeerd hebt bij Java – en onder de knie hebt – kunnen ook toegepast worden bij andere, gelijkaardige programmeertalen. Eén van dergelijke talen is C#, een telg uit het .NET Framework van Microsoft. Als programmeer-omgeving maken we hiervoor gebruik van Visual Studio (pro!).
In dit vak gaan we dieper in op het ganse objectgebeuren. We bekijken de anatomie van objecten en klassen (acces modifiers, constructoren, deep versus shallow copy, etc.). Ook de problematiek van abstracte klassen, interfaces, e.d. wordt grondig bekeken. Omdat klassen niet op zich staan, bestuderen we de relatie tussen klassen en hoe we er op een intelligente manier programma’s mee kunnen bouwen. De voornaamste structuren in dit verband zijn abstracte klassen, interfaces, compositie en constructor injectie, statische klassen, etc. De ‘kapstokken’ om deze technieken te bespreken zijn bestands-IO en datastructuren.
Vermits programma’s niet zomaar uit de lucht komen vallen, is het noodzakelijk om je aan bepaalde structuren te houden. De voornaamste structuur die we in dit vak bekijken is het drielagen model. Ook een aantal design patterns zoals observer, iterator en singleton komen aan bod.
Het labo is opgebouwd rond twee grote opbouwoefeningen. Zo zie je stap voor stap je programma groeien tot een groot werkend geheel – met alle finesses die erbij komen kijken.